
vandaagenmorgen.nl · Feb 21, 2026 · Collected from GDELT
Published: 20260221T044500Z
De analyse van het CPB en PBL over het coalitieakkoord 2026–2030 schetst een beeld van een kabinet dat ambities heeft op het gebied van de leefomgeving en noodzakelijke ambities nationale veiligheid, maar daarvoor een stevige prijs betaalt in de vorm van koopkracht en houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn.De financiële balans: Nu stabiel, straks precairOp de korte termijn lijken de boeken aardig op orde. Door een combinatie van lastenverzwaringen en gerichte bezuinigingen blijft het begrotingstekort binnen de Europese perken. Echter, onder de motorkap van de economie stapelen de risico's zich op. Het CPB waarschuwt dat de staatsschuld op de lange termijn (richting 2060) explosief kan stijgen naar 137% van het bbp. Deze trend wordt gedreven door de vergrijzing en de structureel hogere uitgaven aan defensie en zorg. Het kabinet kiest er bewust voor om nu fors te investeren in onderwijs en infrastructuur, in de hoop dat dit de economische groei later aanjaagt, maar het effect daarvan is onzeker.Koopkracht en de kwetsbare burgerEen van de meest opvallende conclusies is de negatieve impact op de portemonnee van de burger. De gemiddelde koopkracht daalt met 0,4% per jaar. Dit is het resultaat van een politieke ruil: de zorgpremie wordt voor gezinnen weliswaar verlaagd, maar dit wordt gefinancierd door de inkomstenbelasting minder mee te laten stijgen met de inflatie (de zogenoemde 'indexatie').Vooral voor de onderkant van de arbeidsmarkt is de analyse somber. De hervorming van de sociale zekerheid — waaronder het inkorten van de WW-duur naar maximaal 12 maanden en een strengere WIA — moet mensen stimuleren om meer te werken, maar verlaagt tegelijkertijd de inkomenszekerheid voor wie buiten de boot valt.Ruimte, Klimaat en StikstofOp het gebied van de leefomgeving zet het akkoord in op een grootschalige verbouwing van Nederland. Er wordt 20 miljard euro gereserveerd voor een 'transitiefonds' dat de landbouw moet verduurzamen en de natuur moet herstellen. Het PBL merkt echter op dat er een gapend gat zit tussen de ambities en de realiteit:Stikstof: Hoewel er veel geld is voor stoppersregelingen, zijn de wettelijke doelen voor 2035 nog steeds niet binnen handbereik zonder extra dwingende maatregelen.Wonen: Er wordt ingezet op de bouw van 100.000 woningen per jaar, maar door personeelstekorten in de bouw en strikte milieuregels blijft dit een enorme uitdaging.Energie: De versnelling van windenergie op zee en de bouw van nieuwe kerncentrales zorgen voor een daling van de CO2-uitstoot, maar de industrie krijgt te maken met strengere beprijzing om deze transitie te bekostigen.Conclusie: Investeren met geleend geldSamenvattend probeert dit coalitieakkoord de grote transities van deze tijd (klimaat, defensie en woningbouw) vlot te trekken. De prijs daarvoor is een verslechtering van de inkomenspositie van de huidige beroepsbevolking en een zware financiële last voor toekomstige generaties. Het succes van het beleid valt of staat bij de uitvoering: als de investeringen in onderwijs en innovatie niet leiden tot hogere productiviteit, dreigt Nederland op de lange termijn in een financieel lastige positie te komen. Meer over: